Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
Laatste geplaatste commentaren:
favoriete links :
Home
blog:Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
Success and failures of neoliberalism.Success and failures of neoliberalism.![]() De neoliberale consensus ontstond in de woelige economische jaren ’80 en onder impuls van drie economische ontwikkelingen namelijk de oliecrisissen, de schuldcrisis en de vrijmaking van het kapitaalverkeer. De oliecrisis werkte de neoliberale consensus in de hand doordat het toepassen van Keynesiaanse recepten niet voldoende bleken om de crisis op te lossen. De Keynesiaanse geïnspireerde antwoorden op de eerste oliecrisis gingen hand in hand met zogenaamde stagflatie i.e. inflatie zonder economische groei en konden niet verhinderen dat een tweede oliecrisis uitbrak. Hierdoor gingen de Amerikaanse en Europese regeringen pleiten voor een strakker monetair beleid. Dit nieuwe beleid is een kernelement van de nieuwe neoliberale koers. De schuldencrisis die in de jaren ’80 uitbrak in de ontwikkelingslanden werd veroorzaakt door de plotse stijging van de rentevoeten door het strakkere monetaire beleid dat de Westerse landen hanteerden en door de ‘bad loans’ van de ontwikkelingslanden. De vrijmaking van het kapitaalverkeer zorgde ervoor dat de Keynesiaanse consensus ondermijnd werd doordat de staat de controle over het kapitaalverkeer verloor. Deze drie evoluties zorgden ook voor een snelle verspreiding van de neoliberale consensus. Toch blijkt dit principe van de vrije markt, de ‘laissez-faire’ economie met de corrigerende invisible hand niet overal te werken. Een veel aangehaald voorbeeld hiervan zijn de Latijns-Amerikaanse landen, die deels onder druk van grote internationale organisaties zoals de Wereldbank en het IMF, een neoliberaal beleid implementeerden dat de principes van de Washington Consensus (deze incorporeert het merendeel van de principes van het neoliberalisme) op een redelijk orthodoxe manier volgden. Toch bleven de gehoopte en door de aanhangers van het neoliberalisme voorspelde effecten in grote mate uit. Het hier gekozen artikel van Evelyne Huber en Fred Solt: success and failures of neoliberalism[2], tracht aan te tonen dat de implementatie van een neoliberaal gericht beleid de Latijns-Amerikaanse landen meer kwaad dan goed gedaan hebben. Meer concreet onderzoekt het artikel aan de hand van vijf indicatoren i.e. groeigraad, economische stabiliteit/volatiliteit, armoede, ongelijkheid en democratie de gevolgen van het toepassen van een neoliberaal beleid. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de Latijns-Amerikaanse landen die een meer gematigd liberaal beleid toepassen en deze die zeer liberale hervormingen doorvoerden. Om de structurele schuldcrisis, waarmee een groot deel van de Latijns-Amerikaanse landen geconfronteerd werd in de jaren ’80, het hoofd te bieden, werd besloten om radicale veranderingen en hervormingen van de economische instituties en van de economie meer algemeen door te voeren. Dit werd in grote mate ook aan de landen opgelegd door internationale instellingen zoals het IMF en de Wereldbank in de zogenaamde ‘Adjustment for growth’ of Structurele Aanpassingsprogramma’s. Deze poneerden het neoliberale model als een nieuw ontwikkelingsmodel. Door een verschuiving naar een meer marktgeoriënteerde economie hoopten en voorspelden de aanhangers belangrijke positieve evoluties inzake economische ontwikkeling, stabiliteit en de verdeling van middelen te bekomen. De stabiliteit zou volgens hun logica voortvloeien uit grotere monetaire en fiscale voorzichtigheid. Groei zou automatisch volgen uit het grotere vertrouwen en autonomie van de markt. Daarenboven zou de inkomensverdeling positief evolueren door een vermindering van de mogelijkheid tot corruptie. Deze werd immers veroorzaakt door de interventionistische structuren. Latijns-Amerika zou volgens de neoliberale aanhangers hetzelfde succesverhaal schrijven als Oost-Azië dat haar enorme economische groei volgens hen volledig te danken had aan het toepassen van de neoliberale principes. Het neoliberale verhaal van Latijns-Amerika is echter in werkelijkheid veel minder rooskleurig dan voorspeld door haar aanhangers. Dit blijkt duidelijk uit de analyse van de hierboven reeds aangehaalde indicatoren voor de periode vanaf de jaren ’80 en dus na de (drastische) hervormingen. Indien we naar de eerste indicator kijken i.e. groeigraden is er duidelijk voor alle landen een positieve trend waar te nemen. De landen vertonen een goede gemiddelde groeigraad in de eerste helft van de jaren ’90. Deze daalt in de tweede helft van de jaren ’90 maar dit is te verklaren door de effecten van diverse financiële crisissen. Op dit punt lijkt het neoliberale beleid dus de beoogde positieve economische effecten te behalen. De tweede indicator stabiliteit/volatiliteit geeft een ander beeld weer. Hoewel de inflatie in de Latijns-Amerikaanse landen nog nooit op dergelijk laag peil heeft gestaan dan in de jaren ’90 is de volatiliteit toch aanzienlijk toegenomen. Deze toename is het grootst in de Latijns-Amerikaanse landen die het meest liberale beleid voeren. Hieruit blijkt dat het doorvoeren van een radicaal beleid kosten onder de vorm van volatiliteit veroorzaken. Eenzelfde beeld wordt verkregen voor de indicator armoede en ongelijkheid; des te meer het land geliberaliseerd is des te meer armoede en des te groter de kloof tussen arm en rijk. De Gini-coëfficiënt (deze meet de spreiding van de welvaart) van de landen die radicale hervormingen doorvoerden, bedraagt soms het negenvoudige van de meer gematigde landen. Een laatste indicator is deze van de democratie. Hieruit blijkt dat de meer geliberaliseerde landen een vruchtbaardere bodem zijn voor de democratische waarden dan de meer gematigde landen. Hier moet wel enige nuance in gelegd worden aangezien de democratie scores van de landen met de drastische veranderingen in mindere mate verbeterden dan de meer voorzichtige hervormers. Aan de hand van de vijf indicatoren is duidelijk dat de meer geliberaliseerde landen en drastischer hervormde landen een betere economische groei vertonen en dat de kwaliteit van de democratie hoger ligt dan deze van de minder geliberaliseerde en voorzichtige hervormde landen. Daarentegen worden deze landen wel geconfronteerde met grotere volatiliteit, een toename in ongelijkheid van de welvaart en meer armoede. De toename van de volatiliteit stelt de houdbaarheid van de betere economische groei in vraag en de toename van de ongelijkheid en armoede maakt duidelijk dat het economische neoliberalisme er duidelijk in faalt om sterke sociale zekerheidsnetten te creëren. Het neoliberalisme faalt in de Latijns-Amerikaanse context dus eerder dan dat het er successen boekt. Uit de Latijns-Amerikaanse landen blijkt duidelijk dat men een standaard neoliberaal beleid en hervormingen niet zomaar in elke context kan toepassen. De effecten van een neoliberaal beleid op groei, stabiliteit, armoede en ongelijkheid zijn in belangrijke mate afhankelijk van andere factoren zoals de verdeling van middelen, sociale, politieke en culturele instellingen. Men moet het neoliberale beleid (indien men hierin wil volharden) volgens mij opnemen in een groter geheel waarbij men specifieke nadruk moet leggen op een sociaal beleid en waarbij de nadruk niet uitsluitend op economische groei ligt.
|
reacties op artikel |