logo blog-web Zoek willekeurig een blog
logo blog-web Zoek hier andere weblog
Google
Blog: Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd

Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd

Wij zijn tien studenten die een manama Conflict & Development volgen aan de universiteit van Gent. In het kader van het vak 'politiek van de globalisering' kregen we de opdracht een thematische blog bij te houden. Wij opteerden voor het thema: 'globalisering, neoliberalisme en de weldadaden van de markt: mythe of waarheid?' en zullen dan ook trachten op regelmatige tijdstippen commentaren op artikels en videofragmenten in verband met dit thema te geven.
 
Voel u welkom om enig commentaar achter te laten. 



archief 2008

January [1]
archief 2007
December [21]
November [2]

Total Hits: 18918
Unique Hits: 4290
U bent hier: Home blog:Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd Nobelprijs voor neoliberalisme?

Nobelprijs voor neoliberalisme?

clock Dit artikel is gepubliceerd op 2007-12-31 15:38:00 door Liesbeth Herremans
Nobelprijs voor neoliberalisme?

Armoede bestrijden is een van de uitdagingen van onze tijd. Het afgelopen decennia vond er wel een kentering plaats in heel het armoedebestrijdingdiscours; daar waar de armen tot voor kort bekeken werd als passieve slachtoffers die geholpen moesten worden via allerhande ‘sociale vangnetten’, gaan er vandaag meer stemmen op om de arme niet langer in deze rol te zien maar om hen in een meer actievere rol toe te dichten namelijk deze van een deelnemer aan de globale markt. Deze visie werd gepopulariseerd door Prahalad in zijn boek ‘the fortune at the bottom of the pyramid’ waarin hij het volgende stelt: ‘If we stop thinking of the poor as victims or as a burden and start recognizing them as resilient and creative entrepreneurs and value-conscious consumers, a whole new world of opportunity will open up.’ Een andere invalshoek binnen eenzelfde discours is deze van Hernando De Soto en van de microfinanciering, waarbij de armen ook als actieve entrepreneurs aanzien worden en hen een actieve rol op de markt toebedeeld wordt. In dit nieuwe discours wordt toegang tot de wereldmarkt dus duidelijk gezien als de oplossing voor armoede; armen moeten kunnen bijdragen aan de groei van de economie willen ze definitief de armoede verslaan. Frappant aan dit ‘nieuwe’ armoedediscours is dat er een prominente rol aan de markt (en geen rol aan de staat) gegeven wordt; men verondersteld dat de vrije markt betere uitkomsten zal genereren dan deze die door staatsstructuren bekomen worden. Liberalisering van de markt en integratie in de wereldmarkt worden dus beschouwd als de wondermiddelen waarmee men armoede kan overwinnen. Verder ziet men armoede in deze ‘oplossingen’ eerder als een eenvoudig individueel probleem dan als een macrosociaal en structureel probleem. De voorgestelde oplossingen lijken perfect te passen binnen het neoliberale ontwikkelingsdiscours dat sinds de jaren ’90 de ontwikkelingshulp/armoedebestrijding schijnt te domineren.

De auteurs Susan Feiner en Drukcilla BArker van het artikel ‘Microcredit and women’s poverty. Granting this year’s Nobel Peace Prize to microcredit guru Muhammed Yunus affirms neoliberalism’ verschenen op in het magazine Dollar & Sense en te consulteren op http://www.dollarsandsense.org/archives/2006/1106feinerbarker.html, kaarten exact de bovenstaande evolutie aan.

Voor de neoliberalen ligt de oplossing voor armoede eenvoudigweg in het verhogen van het onderwijs, de armen aan te moedigen om harder te werken, minder kinderen te krijgen en meer verantwoord te handelen. Ze pleiten dus absoluut niet voor een structurele aanpak van de armoede en beschouwen directe hulp vaak als verstorend omdat dit de impuls om harder te werken zou ondermijnen; de markt zal degene belonen die zichzelf behelpen. Microfinanciering valt dus volledig te rijmen met het neoliberaal ideeëngoed aangezien microfinanciering geen structurele problemen (al dan niet veroorzaakt door de globalisering) van armoede aanpakt maar armoede tracht aan te pakken bij specifieke individuen (en dan voornamelijk vrouwen) op micro-niveau zonder de structurele condities van de globalisering te veranderen (oa. het privatiseren van essentiële overheidsdiensten, verminderingen in het gezondheids- en onderwijsbudget, …). Dit wordt vaak aanzien als de reden waarom microfinanciering zo populair is binnen het neoliberale discours dat grote instellingen zoals het IMF en Wereldbank nog steeds hanteren.

Daarenboven legt microfinanciering (net zoals het neoliberale discours) de verantwoordelijkheid voor armoede bij de arme zelf en niet bij beleidsmakers of (multi)nationale banken die de armen de toegang tot financiële diensten ontzeggen. Microfinanciering past ook mooi binnen het neoliberale kraam van de terugdringen van staatshulp aangezien er binnen de microfinanciering geen enkel belang aan de rol van de staat gehecht wordt en er voor hun geen actieve rol weggelegd is. Microfinanciering ontslaat de overheid als het ware van haar basisfuncties.

Hetgeen microfinanciering nog meer de neoliberale hoek dreigt in te duwen is de zogenaamde commercialisering van de sector i.e. het toenemend belang van commerciële en private investeerders in de sector. Deze vond sinds het midden van de jaren ’90 plaats toen verschillende private instellingen en commerciële banken in het bijzonder microfinanciering als een winstgevende commerciële business gingen beschouwen. Op deze manier riskeert de microfinanciering niet enkel van haar initiële missie af te drijven; de kans bestaat mijn inziens dat deze banken zich niet zullen richten op degene met de meeste noden (en dus met minste zekerheden op terugbetaling) maar op degene die voor hen het interessants zijn (i.e. het meeste zullen opbrengen) om zo hun winst te maximaliseren. Daarenboven bestaat de kans dat de sector door zulke instellingen gedomineerd gaat worden en dus echt als een ‘industrie’ geleid zal worden. Het gevaar bestaat bovendien dat enkele grote multinationale banken de sector zullen monopoliseren en met het merendeel van de winst gaan lopen en meer belangrijk hun prioriteiten zullen stellen en dus het hele systeem opnieuw ontoegankelijk zullen maken voor een groot aantal armen. Deze evolutie bevestigt nogmaals de macht die grote (multi)nationale bedrijven hebben binnen de neoliberale wereldorde.
Het is volgens mij een zeer gevaarlijke strategie om een instrument zoals microfinanciering dat specifiek ontworpen/gericht is op het micro-niveau proberen om te vormen naar een meer macro-niveau, hetgeen via de commercialisering van de sector toch min of meer gebeurd. Dit kan enkel negatieve gevolgen hebben voor de beoogde doelgroep.

Armoedebestrijding moet gericht zijn op het veranderen van de structurele oorzaken en op de opbouw van structuren van inclusie en niet op het verbeteren van de toestand van enkelingen. De uitbreiding van bijvoorbeeld de diensten die de staat aanbieden en vooral van de sociale structuren (o.a. sociale zekerheid) zou de focus moeten vormen van het armoedebestrijdingdiscours.

Microfinanciering mag dan misschien geen structurele oorzaken van armoede aanpakken en volledig binnen het neoliberale gedachtegoed passen en zal waarschijnlijk nooit een einde kunnen stellen aan armoede, toch kan men volgens mij niet voorbijgaan aan de ongetwijfeld positieve resultaten (zij op micro-niveau) die deze financiële diensten reeds voor een groot aantal vrouwen en hun familie teweeg gebracht hebben. Microfinanciering kan indien het ‘aanslaagt’ echt ‘empowerend’ werken en een wezenlijk verschil beteken voor de families in kwestie.

 

Onderstaande tekst is een commentaar op deze blog en is afkomstig van Eva Maes:

Ik heb gekozen om deze blogpost van wat extra commentaar te voorzien, omdat enkele van de belangrijke onderwerpen die naar voor zijn gekomen in de lessenreeks erin aan bod komen. Enerzijds is er het thema armoede, wat ik zie als het belangrijkste waar we mee bezig zijn, de grootste bron van problemen in de wereld, de belangrijkste reden waarom onze richting ‘conflict and development’ bestaat. Anderzijds is er het neoliberalisme, een steeds weerkerend buzz-woord, dat de lessenreeks heeft overkoepeld. De combinatie van deze twee thema’s in een onderwerp als microkredieten, dat een bron is van enorm veel discussie en onderzoek, is het dus zeker waard er bij stil te staan.

Het is duidelijk geworden dat neoliberalisme een zeer grote rol heeft toebedeeld gekregen in het ontwikkelingsdenken, en dat daar de laatste jaren steeds feller tegen wordt gereageerd. Er zijn inderdaad verschillende denkpatronen nodig om de millenniumdoelstelling - ‘de armoede in de wereld halveren tegen 2015’ - te verwezenlijken. Armoede is zo’n complex gegeven dat op allerlei niveaus, zowel op macro- als op microschaal, en in allerlei domeinen maatregelen genomen moeten worden, en dus niet enkel op economisch vlak door de vrije markt zijn werk te laten doen. Door armen zomaar op de markt te gooien, door ze te zien als entrepreneurs, wordt hen geen enkele bescherming geboden, ook al hebben ze dat zeker en vast nodig.

Zoals gezegd passen microkredieten dus perfect in het neoliberalistische plaatje, waar men met kritische blik tegenover moet staan. Ook ik ben geen voorstander om armoede te bannen via neoliberalistische systemen, maar microkredieten dragen volgens mij toch bij aan het halen van de millenniumdoelstellingen.

Een belangrijke factor daarbij is dat microkredieten – zoals de term het zelf zegt – werken op microschaal. Het is niet zo dat verwacht wordt dat door een beter macro-economisch beleid de armen mee zullen gaan in die positieve stroom. Microkredieten volgen geen topdown benadering, maar beginnen van onderaf. Ik vind het ook belangrijk te benadrukken dat microkredietprogramma’s over de hele wereld geen vast stramien moeten volgen, maar aangepast moeten kunnen worden aan de gewoonten en de cultuur van de samenleving waarin een programma wordt geïmplementeerd.

Het is ook gemakkelijk om systemen te bekritiseren, zonder een goed alternatief te formuleren. Via microkredieten wordt de verantwoordelijkheid voor het armoedeprobleem inderdaad niet meer bij de staat gelegd, maar bij de armen zelf. Uiteraard vind ik ook dat eigenlijk politieke en economische instituties zouden moeten aangepast worden, wat een veel grotere invloed zou hebben en een meer duurzame oplossing zou zijn. Deze instituties veranderen echter zeer langzaam en moeilijk, en het is bijna onmogelijk om zo van buitenaf een oplossing te bieden en de armoede te helpen verlichten. Clougherty (1) werpt eveneens een kritische blik op microkredieten, maar kaart ook een zeer belangrijk punt aan. Hij stelt dat de basisproblemen van armoede te vatten zijn in een gebrek aan eigendomsrechten, discriminerende wetten, overreglementering en corruptie. Deze laatste drie zijn te herleiden tot een slecht bestuur. Het toekennen van eigendomsrechten heeft zelden succes, en aan het bestuur kan een buitenstaander geen verandering brengen. Als er geen antwoord te bieden is op de basisproblemen, kan men moeilijk iets inbrengen tegen microkredieten, dat ten minste een oplossing biedt, al is het dan misschien in beperkte mate.

Ik ga dus akkoord met de aflsluitende alinea van Liesbeth. Al moet men steeds proberen om structurele oplossingen te vinden, microkredieten mogen niet zomaar als slecht afgedaan worden. Als de programma’s op de juiste manier worden toegepast, aangepast aan de maatschappij waarin wordt gewerkt, kunnen zij zeker een belangrijke rol spelen voor de armoedebestrijding in vele regio’s.

(1) Clougherty, T. (2006). Microfinance, Harnessing enterprise to fight poverty. Globalisation Institute, London.

 

Onderstaande tekst is eveneens een commentaar op deze blog en is afkomstig van Magali Hawkins:

Deze commentaar op microfinanciering en haar connectie met het neoliberale gedachtegoed vind ik zeer goed uitgebouwd. Op onze blog over armoede wordt er ook in verschillende posts gesproken over dit fenomeen. Ik zou er gewoon nog enkele extra bedenkingen over micro-kredieten willen aan toe voegen. Bij de bespreking van mijn videofragment ben ik ongeveer tot dezelfde conclusie gekomen als hierboven. Micro-leningen kunnen inderdaad de armoede verminderen van die individuen die hierdoor een goede investering kunnen doen. Maar niet iedereen is in staat om zijn geld via de markt te laten accumuleren. De zware interesten die op micro-kredieten staan, kunnen bij mislukken van de investering leiden tot nog zwaardere armoede. Een algemene strategie voor armoedebestrijding of ontwikkeling kan je het zeker niet noemen. Zonder door de staat gestructureerde instellingen kan je mijns inziens onmogelijk tot een volwaardige armoedebestrijding komen. Alles overlaten aan de wetten van de markt zoals het neoliberalisme voorschrijft, houdt veel gevaren in. Micro-krediet kan slechts gezien worden als één enkele stap op de weg uit armoede. Zonder rechten die door de staat worden verzekerd en sociale ‘vangnetten’, kan volgens mij armoede nooit volledig uitgeroeid worden. Het bekomen van onweerlegbare rechten moet steeds worden nagestreefd.

Het feit dat Muhammad Yunus de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen, valt volgens mij voornamelijk te verklaren door het feit dat het discours rond armoede steeds ‘verveiligt’ wordt. Armoede is een gevaar voor de hele wereld. Ook voor de rijken. In haar analyse van het armoedediscours van de Wereldbank toont Francine Mestrum dat armoede beschreven wordt als een holistisch, multidimensioneel probleem. Oorzaken en gevolgen worden door elkaar gehaald en de link tussen terrorisme en armoede wordt door de instelling steeds vaker gemaakt. Hoewel er uit onderzoek is gebleken dat er geen causale relatie is tussen armoede en terrorisme. Armoedebestrijding past dan in ‘the war on terror’.

Arme mensen worden inderdaad steeds meer afgeschilderd als ‘owners’ van hun eigen mogelijkheden, die ze dan volgens het neoliberalisme op de markt moeten benutten. Arme vrouwen worden daarenboven nog eens beschreven als de ‘goede’ armen. Zij zullen met de inkomsten die ze genereren uit hun marktparticipatie ervoor zorgen dat hun kinderen en de gehele gemeenschap er wel bij varen. De idee van de ‘goede’ arme, leidt volgens mij, net als Liesbeth Herremans hierboven reeds schreef, tot een uitholling van de taken van de staat. De arme vrouwen moeten de taak van onderwijs, sociale zekerheid en gezondheidszorg op zich nemen. Zaken die als de staat er niet in bijdraagt een enorm zware financiële last betekenen die alweer op de arme zijn/haar schouders terecht komen.

Ik vrees dat uit het dominante neoliberale gedachtegoed weinig briljante ideeën zullen groeien die werkelijk de armen ten goede komen. De conservatieve logica hierachter kan niet veel verandering teweeg brengen. Iets wat de wereld nochtans dringend nodig heeft.




reacties op artikel


Plaats reactie

(e-mail wordt niet vrijgegeven )





Vul de tekst hierboven in zoals het verschijnt: hou er rekening mee dat het hoofdlettergevoelig is: