Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
Laatste geplaatste commentaren:
favoriete links :
Home
blog:Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
globalisering doen werken voor de mensenglobalisering doen werken voor de mensen![]() In het begin van de globalisering gold het credo dat iedereen zou profiteren van de groei van de wereldhandel. Het vooropgesteld beeld was: a rising tide lifts all boats... Het is echter geen revolutionair inzicht dat de globalisering in staat is om grotere ongelijkheid te creëren. De “economie van het doordruppelen” die stelt dat de ecomomie als geheel groeit iedereen mee profiteert, blijkt steeds weer een misvatting te zijn. Deze theorie beweert dat globalisering tot grote bloei kan leiden en dat de winnaars de verliezers compenseren. Er is echter nooit gesteld dat ze dat ook effectief zouden doen.
Mijn gekozen (niet wetenschappelijk) artikel Globalisering doen werken voor de mensen is terug te vinden op http://www.mo.be/index.php?id=62&tx_uwnews_pi2%5Bart_id%5D=582 (hierop aansluitend vind je een uitgebreid interview met Joseph Stiglitz terug op http://www.mo.be/index.php?id=62&tx_uwnews_pi2%5Bart_id%5D=612) Het betreft een korte voorpublicatie van het nieuwste boek van Joseph Stiglitz. Eerlijke globalisering is een vervolg op zijn eerder verschenen werk, Perverse globalisering waar meer dan 1 miljoen exemplaren van verkocht zijn. Als Nobelprijswinnaar economie, ex-Wereldbanktopman en ex-economisch topadviseur in de Clinton-regering behoeft Dhr. Stiglitz geen al te grote introductie. Zijn verleden heeft hem door verschillende machtscentra gebracht en het zijn juist deze machtcentra die hij in zijn nieuwe boek aan de kaak stelt en bekritiseerd. Naast het spuien van kritiek formuleert hij ook concrete voorstellen om de huidige globalisering om te buigen tot een proces waar de armen beter van kunnen worden. Adam Smith heeft ons geleerd dat de marktwerking en het nastreven van eigenbelang, geleid door een onzichtbare hand, resulteren in economische efficiëntie. Wanneer er echter sprake is van assymetrische informatie, wanneer sommige mensen meer weten dan anderen, verdwijnt het deus ex machina-hand van Adam Smith, zo beweert Stiglitz. Zonder passende overheidsregulering en overheidsinterventie leiden markten niet tot economische efficiëntie. Maar de internationale regelgeving, voor zover ze er is, is oneerlijk. Stiglitz reageert hiermee tegen het wereldbeeld dat Thomas L. Friedman voorstelt in zijn boek De aarde is plat (2005). Friedman stelt immers dat globalisering en technologie de aarde plat hebben gemaakt. Ze hebben een vlak speelveld gecreëerd waarop ontwikkelde en minder ontwikkelde landen naast elkaar, onder gelijke voorwaarden, kunnen concurreren. De realiteit leert ons echter dat de aarde niet plat is. Om mee te kunnen concurreren in de mondiale economie heeft men de vaardigheden en middelen hiervoor nodig. De globalisering en nieuwe technologie hebben er inderdaad voor gezorgd dat de kloof tussen delen van Indië en China met de hoogontwikkelde industrielanden drastisch verkleind is. Keerzijde is de steeds groeiende afstand tussen Afrika en de rest van de wereld. Reden van de positieve werking van de globalisering in Oost-aziatische landen is, volgens Stiglitz, te wijten aan het feit dat deze landen in staat zijn om de globalisering bij te sturen. Ze kunnen zelf hun koers bepalen. Deze mogelijkheid is echter niet weggelegd voor arme landen die afhankelijk zijn van hulp van de Wereldbank, het IMF en donoren uit Europa, Amerika en Japan. Deze actoren bepalen immers de voorwaarden waaraan de ontwikkelingslanden moeten voldoen om hulp te krijgen. Op deze manier wordt het deze landen onmogelijk gemaakt om een economisch beleid te voeren waar ze zelf de voorkeur aan geven. De neoliberale ideologie, dat ontwikkelingslanden oplegt om te privatiseren, liberaliseren en dereguleren, blijkt niet te werken. De reden waarom instituten zoals de Wereldbank en het IMF deze politieke ideologie hanteren is terug te vinden in het democratisch deficiet van deze organisaties. Zo wordt het management van deze instellingen op een zeer ondemocratische en ondoorzichtige manier verkozen, en hebben de landen die het meest afhankelijk zijn van deze organisaties nauwelijks een stem. Door een groeiend bewustzijn in de geïndustraliseerde landen zijn er toch veranderingen merkbaar. Zo werd op de WTO-top in Doha 2001, expliciet erkend dat de ontwikkelingslanden erop achteruitgegaan waren door de voorgaande onderhandelingsronde ter vrijmaking van de wereldhandel. Ondanks deze enorme vooruitgang, onthouden de meeste mensen echter de mislukkingen van de Doha-ronde. Deze mislukkingen lagen in het feit dat de beloftes op de ontwikkelingsronde niet waargemaakt werden. Indien men de zaken zeer optimistisch wil bekijken, kan men in deze mislukking een uiting zien van een toegenomen assertiviteit en onderhandelingscapaciteit van de ontwikkelingslanden. Progressie is ook merkbaar bij het IMF. De instelling is tot een erkenning gekomen van het onevenwicht in de stemrechten. In september 2006 heeft het IMF op een bijeenkomst in Signapore een kleine correctie aangebracht in de stemrechten van China, Zuid-Korea, Turkije en Mexico. Verder verkondigde het dat dit het startschot was voor meer fundamentele wijzigingen. Tevens heeft de organisatie de voorwaarden die het oplegt om leningen te verkrijgen, aangepakt. Er is dus vooruitgang merkbaar, al is het duidelijk dat deze mastodont-instellingen enkel in staat zijn om zeer kleine stapjes te nemen. Naast de kritiek op de overtuigingen en handelswijzen van de machtscentra, formuleert Stiglitz verder ook concrete voorstellen die het huidige globaliseringsproces kan laten werken voor mensen die er het meeste nood aan hebben, namelijk de armen en inwoners van de Derde Wereld. Eén van zijn voorstellingen wil een eerlijker internationaal stelsel van intellectueel eigendomsrecht. Hij noemt TRIPS (Trade Related Aspects of Intellectual Property Rights), dat tracht één enkele wereldstandaard inzake intellectuele eigendom tot stand te brengen, een grote vergissing en pleit ervoor om die discussies weg te halen bij WTO en onder te brengen in een hervormde WIPO, de wereldorganisatie voor intellectuele eigendom. Een intellectueel eigendomsregime kan de kenniskloof tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden dichten of vergroten. Stiglitz wil medicijnen tegen kostprijs voor de ontwikkelingslanden (‘liften die landen dan gewoon gratis mee met de ontwikkelde industrielanden? ... Ja, en zo hoort het’) die anders het recht krijgen dwanglicenties te gebruiken om zelf levensreddende medicijnen te produceren. Hij pleit ook voor een internationaal innovatiefonds dat onderzoekers beloont voor onderzoek naar ziekten als TBC en malaria waardoor generieke producenten dan tegen kostprijs de ontwikkelde medicijnen kunnen leveren. Stiglitz merkt terecht op dat de positieve effecten van de globalisering niet enkel gemeten moet worden met het BBP van het land. Men dient zich niet alleen te focussen op het inkomen, maar eerder op de totale levensstandaard. Indien de economische groei niet door de gehele samenleving wordt gedeeld, dan heeft de ontwikkeling gefaald. Bij ontwikkeling gaat het immers om transformatie van het leven van mensen, niet alleen om een verandering in de economie. De andersglobalistische professor benadrukt dat globalisering de potentie heeft om veel goeds te doen. Alleen dient het maatschappelijk middenveld de politici onder druk te zetten. Men kan stellen dat Stiglitz met zijn schrijven niet veel verder komt dan het vaststellen van de reeds bekende (?) perverse mechanismen en het schrijven van een loflied op de goeie wil en de eerlijke wensen van brave mensen om deze perverse mechanismen tot enige vorm van moreel besef te verlokken of te sturen. De macht - ook de economische – lijkt immers ten langen leste uit de loop van het geweer te komen en niet uit de goodwill van economische experts, tot inkeer gekomen bedrijfsleiders of aanverwante ministers. Het lijkt me echter van essentieel belang om duidelijk te maken dat globalisering juist niet voor te stellen valt als de natuurlijke gang van zaken. Een zogenaamde vanzelfsprekende evolutie dat gepaard gaat met onvermijdelijke collateral damage. Globalisering is een weloverwogen politieke ideologie én strategie. Analyses, zoals die van Stiglitz, kunnen daarom een antwoord geven op het huidige globaliseringsproces.
|
reacties op artikel |