Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
Laatste geplaatste commentaren:
favoriete links :
Home
blog:Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
De Schokdoctrine door Naomi KleinDe Schokdoctrine door Naomi Klein‘We finally cleaned up public housing in New Orleans. We couldn’t do it, but God did.<!--[if !supportFootnotes]-->[1]<!--[endif]-->’ Richard Baker, prominent Republikeins Congreslid uit New Orleans, na de orkaan Katrina.
Dit gekozen filmfragment handelt over het boek ‘The shock doctrine – the rise of disaster capitalism’ van Naomi Klein en werd gemaakt door de regisseur van de film ‘Children of Men’, Alfonso Cuarón. Zeven jaar nadat Naomi Klein het invloedrijke boek “No Logo” publiceerde, waarschuwt ze haar lezers in de “Shock doctrine” ervoor dat er gebruik wordt gemaakt van de desoriëntatie die optreed bij het grote publiek ten gevolge van zogenaamd collectieve schokken zoals oorlog, natuurrampen en terreuraanslagen. Deze collectieve schokken maken het mogelijk om ook op economisch vlak een “shock therapy” door te voeren. Omdat mensen na zo een collectieve schok het gevoel hebben hun vaste waarden te verliezen en geen zekerheden meer zien in de duistere wereld is dit het moment waarop men machthebbers blindelings gaat volgen omdat zij claimen de werkelijkheid te begrijpen. Na collectieve schokken is het eerste doel van de bevolking om zijn eigen primaire behoeftes te vervullen en blijken zij dus niet meer in staat om in te gaan tegen de vermarketing en privatisering die op verschillende manieren hun leefwereld veranderen. Na de schok van oorlog of natuurramp en de economische schoktherapie volgt nog een derde fase. Wanneer mensen in opstand komen en protesteren tegen deze opgelegde economische veranderingen, komen zij in aanraking met de schok van geweld om hen het zwijgen op te leggen, soms letterlijk in de vorm van elektroshocks en tazers. De basis van haar theorie vond Klein bij Milton Friedman, de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar, die stelde dat "only a crisis, actual or perceived, produces real change". Het is dus niet noodzakelijk dat er zich een echte schok, of crisis, voordoet. Als het grootste deel van de bevolking een gebeurtenis als een crisis interpreteert zal dit al voldoende zijn om van boven uit veranderingen door te kunnen voeren. Belangrijk is ook dat elke kans op de vrijmaking van de markt volgens neoliberale ideeën gegrepen wordt. Klein stelt zelfs dat: “nog nooit een land privatisering, deregulering en vrije handel accepteerde in de afwezigheid van een crisis.”<!--[if !supportFootnotes]-->[2]<!--[endif]--> Voorbeelden van deze schokken en van de momenten waarop ook economische schoktherapieën zijn doorgevoerd, zijn volgens Klein onder andere deze: het out-sourcen van de “War on Terror” aan bedrijven als Halliburton en Blackwater na de aanslagen van 11 september 2001; de herinrichting van kustgebieden met hotels en andere toeristische attracties in Zuidoost Azië na de verwoestende tsunami in 2004; de inrichting van New Orleans als een propere, middenklasse, blanke stad nadat Orkaan Katrina in 2005 het grootste deel van de stad verwoeste. Bij het uitbuiten van deze collectieve schokken zijn het niet alleen plaatselijke staatsleiders die het voortouw nemen maar zij worden vaak gesteund door het Witte Huis in samenspraak met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Deze instellingen maken gebruik/misbruik van het feit dat de bevolking van een land zo in verwarring is dat men ze neoliberale hervormingen kan opleggen zonder dat men ertegen kan reageren. De lokale machthebbers en de internationale vrije marktkapitalisten zijn in feite de enigen die hiervan profiteren, ten nadele van de gewone bevolking. De oplossing om deze schokken te kunnen weerstaan ligt volgens Naomi Klein in het zich zo goed mogelijk informeren. Wanneer men immers onjuistheden kan terugvinden in een discours dat na een collectieve schok gevoerd wordt, is men zelf in staat weerstand te bieden aan de valse veiligheid die aangeboden wordt door leiders met een eigen agenda. Maar een echt alternatief voor de neoliberale economische hervormingen die op deze wijze overal ter wereld tot stand gekomen zijn, geeft Naomi Klein in haar boek niet weer. <!--[if !supportFootnotes]-->
<!--[endif]--> <!--[if !supportFootnotes]-->[1]<!--[endif]--> Klein, N., The Schock doctrine in action in New Orleans, 21 december 2007, http://www.naomiklein.org/articles/2007/12/shock-doctrine-action-new-orleans (toegang 22/12/2007) <!--[if !supportFootnotes]-->[2]<!--[endif]--> Pleij, S., De schok van 9/11 werd bewust verdiept, interview met Naomi Klein, in Vrij Nederland, 6 oktober 2007, www.veerstichting.nl/blog/wp-content/uploads/2007/10/doc21.doc (toegang 22/12/2007) Onderstaande tekst is een commentaar op deze blog en is afkomstig van Elien Verhelst: Deze theorie klinkt heel aannemelijk, maar ik wou op zoek gaan naar kritieken. Cowen noemt Klein’s boek “het meest doeltreffende type van emotionele non-fictie dat dit jaar gepubliceerd is, maar wanneer het komt tot de onderliggende boodschap en de bewijsstandaarden om het te staven, is ‘The Shock Doctrine’ een waar economisch fiasco”. Cowen vindt dat er geen echte aanwijzingen zijn dat een rechts beleid angstvallig op zoek gaat naar rampen zodat het de onpopulaire ideeën van vrije markt kan verspreiden en implementeren. Het enige aanknopingspunt is Friedman’s quote: “Alleen een crisis produceert echte verandering. Wanneer deze crisis voorkomt, dan hangen de genomen handelingen af van de ideeën die rondom ons liggen”. Over het gehele boek van Klein vindt Cowen dat er geen goed gestaafde argumentering achter zit, maar veeleer een “nevenschikking van thema’s en zogezegde parallelle ontwikkelingen in de wereldmarkt” is. Klein maakt verkeerde afleidingen als ze zegt dat de vrije markt volgelingen foltering ondersteunen, omdat vaak onpopulaire beleidsafwegingen door de vrije markt aanhangers worden voorgesteld en omdat foltering vaak deze onpopulaire beleidsafwegingen ondersteunt. Verder zouden simpele feiten niet in de juiste context worden geplaatst. Cowen geeft daarbij onder andere het voorbeeld dat Friedman en andere denkers in zijn genre opriepen tot beperkingen van de staatsmacht, zeker met inbegrip van de macht om te folteren. Een alternatief voor Klein’s theorie wordt gegeven in de vorm van de oude stijl van conservatisme waarvoor Hayek onder andere pleit en waarbij men vooropstelt dat het afbouwen van vrije markt beleid de beste bescherming biedt tegen onze eigen rampen. Het probleem is echter dat deze stelling niet zo goed zou verkopen. Bovendien ligt er een probleem in de verhouding tussen populaire keuzes van de bevolking en beleidslijnen. Klein’s vorige boek “No Logo” uit 2000 riep op om zich af te zetten tegen publiciteitsondernemingen en multinationals, die door het grote publiek wel graag gezien worden. Zo spreekt Klein zich in haar twee opeenvolgende boeken tegen. Men zou tegen dit alles kunnen inbrengen dat Klein geen academicus is, maar dat betekent niet dat ze met onvolledige feiten en argumenten kan weg komen. Cowen ziet Klein’s theorie als een resultaat van vereenvoudiging waardoor ze een soort “merk” wordt waartegen ze zich zelf afzette in “No Logo”. Klein verzet zich daar dan weer tegen door te stellen dat ze niet zozeer de merken, maar liever het kapitalistische systeem wilde bekritiseren. Klein zit er dus niet mee in haar eigen visies bij te stellen of aan te passen hoe het haar beter uitkomt. Verder wordt in een artikel van Cohen ook standpunten van critici gegeven, waarbij het meestal gaat om een kritiek tegen Klein’s verkeerde appreciatie van de feiten. Onder andere Aslund, die werkt voor het Peterson Institute for International Economics stempelt Klein’s theorie af als “complete nonsens”. Aslund stelt dat “als je niets doet, de staatsmanagers overnemen” en dat de politieke wetenschappers de schuldigen zijn want ze hebben “geen idee hoe ze een democratie moeten uitbouwen”. Ook Aslund’s collega bij het Peterson Institute, Williamson, verklaart dat Klein geen “volle appreciatie van zijn positie heeft”. Een andere kritiek komt uit de hoek van Kaplan. Hij bekijkt de revolutie van de parlementairen in oktober 1993 in Rusland waarbij Yeltsin de legislatuur ontbond en er een bezetting van gebouwen begon. Yeltsin zette daarop het leger in om de rebellen (geleid volgens Kaplan door een groepering van “Communisten, duidelijke fascisten en simpele hooligans”) te onderdrukken. Hij gaat recht in de aanval tegen Klein waarbij hij stelt dat Klein’s voorstelling van het conflict als “een clash tussen kapitalisten uit de stijl van Chicago en honorabele, beginnende democraten” belachelijk is. Bij de bezetters in dit conflict waren er helemaal geen democraten aanwezig volgens Kaplan. Zelf ga ik akkoord met de stelling van Grolus dat Klein zich redelijk snel afmaakt in het zoeken naar een alternatief. Kennis is macht, ja, maar er wordt niet concreet uitgewerkt hoe het grote publiek zich beter kan informeren. Het zal altijd zo blijven dat de machtshebber over meer informatie beschikken, dat is de natuur van de politiek. Cohen, P. ( 10 september 2007) Free-Market Mischief in Hot Spots of Disaster. http://www.nytimes.com/2007/09/10/books/10shock.html?_r=3&oref=slogin&oref=slogin&oref=slogin . Laatst geraadpleegd op 31 december 2007. Cowen, T. ( 3 oktober 2007). Shock Jock. http://www.nysun.com/article/63867?page_no=1. Laatst geraadpleegd op 31 december 2007. Kaplan, F. (2 oktober 2007). Blame Jeltsin. The Historical Roots of Vladimir Putin’s Powerplay. http://www.slate.com/id/2175133/pagenum/all/#page_start. Laatst geraadpleegd op 31 december 2007. |
reacties op artikel |