Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
Laatste geplaatste commentaren:
favoriete links :
Home
blog:Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
Rethinking Business Regulation.Rethinking Business Regulation.![]()
Mijn gekozen wetenschappelijk artikel “Rethinking Business Regulation. From self-regulation to social control” van Peter Utting is terug te vinden op http://www.unrisd.org/unrisd/website/document.nsf/ab82a6805797760f80256b4f005da1ab/ f02ac3d b0ed406e0c12570a10029bec8/$FILE/utting.pdf . De auteur is verbonden aan de United Nations Research Institute for Social Development. Deze autonome VN agentschap verricht multidisciplinair onderzoek naar de sociale dimensies van hedendaagse problematieken die in correlatie staan met ontwikkelingskwesties. In het huidige tijdperk van globalisering en economische liberalisering zien we dat de transnationale bedrijven (TNC) een dominante rol in het discours van de wereldhandel innemen. In een geglobaliseerde wereld, waar naast de staat andere protagonisten op het toneel verschijnen zoals internationale bedrijven, gouvernementele en niet gouvernementele organisaties, handelsunies... is het van uitermate groot belang dat men aandacht vestigt aan sociale, ecologische en humanitaire ontwikkelingen. Deze kunnen door de vrijmaking van de markt in de vergetelheid komen aangezien deze in het algemeen contrasteren met nagestreefde economische doelen. Oorspronkelijk ging men er van uit dat markten in evenwicht werden gehouden door de staatsinterventie te beperken en de markt zijn economisch spel te laten spelen (cfr. Adam Smith). Door de globalisering en economische liberalisering is de relatie tussen staat en de markt drastisch veranderd. Doordat de staat enerzijds steeds minder regulerend optreedt, geeft dit meer ruimte aan niet statelijke actoren om deze regelgevende taak op zich te nemen. Het is in deze context dat men het ontstaan van het “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen” (hierna: MVO) of “duurzaam ondernemen” moet zien. Vanaf de jaren ’80 kwamen deze ‘reguleringen’ uitdrukkelijker op de voorgrond om vervolgens in de jaren ’90 op globaal niveau geïntroduceerd te worden (cfr. Wereldtop in Rio de Janeiro 1992). Waar de bedrijfswereld oorspronkelijk zeer terughoudend en defensief reageerde op sociale en milieu-initiatieven, zien we dat bedrijven en industrieën vandaag actief MVO-principes en praktijken in hun beleid opnemen. Met deze MVO-initiatieven promoten bedrijven op vrijwillige basis de sociale en ecologische aspecten van hun bedrijfsoptreden. Met deze exponentiële toename van normen en implementatieprocedures is er een duidelijke verschuiving merkbaar van de publieke naar de private sector. Zo nemen voornamelijk NGO’s het voortouw in het organiseren (en participeren) in multistakeholder initiatives. Deze initiatieven (zoals ISO, FLA, UN Global Compact...) dragen bij tot een duurzaam ondernemen. Met deze ‘collectieve’ of ‘sociale’ controle wil men de perverse effecten van de vrije markt en economische liberalisering, op sociaal, ecologisch en humanitair vlak, verminderen. Ondanks de goede intenties van deze sociale controle om de scherpe kanten van de neoliberale globalisering af te veilen, kunnen we hier een aantal kritische bemerkingen bij zetten. Langs de ene kant heb je de kritiek uit de hoek van de globaliseringsbeweging op de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven. Zo stelt M. Friedman dat men bedrijven niet mag zien als natuurlijke entiteiten (zoals individuen). Hieruit volgt dat men ondernemingen geen geweten kan aanmeten, waardoor men hen ook niet kan wijzen op sociale, ecologische en humanitaire verantwoordelijkheden. Waar Friedman gelijk heeft dat bedrijven artificiële entiteiten zijn, kan men hieraan moeilijk verbinden dat ze daardoor geen hun verantwoordelijkheden ontlopen. In deze geglobaliseerde wereld hebben bedrijven immers een zeer grote impact op samenlevingen en het leven van mensen. Langse de andere kant is er de kritiek dat de MVO-praktijken niet ver genoeg reiken omdat ze gelimiteerd lijken tot willekeurige interventies. Voorstanders van de MVO stellen het duurzaam ondernemen voor als een stoel met drie poten die financiële, ecologische en sociale doelen voostellen. In de realiteit is de financiële poot veel groter dan de anderen, wat maakt dat de stoel veel minder stabiel is dan oorspronkelijk voorgesteld. Daar de MVO-agenda legaal niet bindend is, zijn de procedures en instituten die de bedrijven dwingen zich te houden aan de code of conduct, veel te zwak en ontoereikend. Verder kan men vragen stellen naar de overtuiging dat de MVO principes –en praktijken automatisch bijdragen tot een globale verbetering van de ontwikkeling. Er is een nieuwe, meer doortastende, aanpak nodig. Waar bij de MVO vrijwillige initiatieven en ethische verantwoordelijkheidszin van bedrijven centraal staan, gaat de aanpak van “collectieve verantwoordelijkheidsplicht” of “corporate accountability” een stap verder. Dit impliceert ten eerste een verplichting om de verschillende belanghebbende partijen te informeren en van antwoord te voorzien. Ten tweede wil het een afdwingingsmechanisme introduceren dat bedrijven kan bestraft wanneer ze normen niet naleven. Ten slotte wil het dat de MVO-normen van toepassing zijn op meer bedrijven dan enkel diegene die vrijwillig beslissen om deze toe te passen. Het is echter duidelijk dat deze collectieve verantwoordelijkheidsplicht op veel tegenreactie botst vanuit neoliberale hoek. Deze tegenwind wordt duidelijk indien we de geschiedenis bekijken van de “UN Norms on the Responsibilities of TNC’s and other Business Enterprises with regard to Human Rights”. Deze normen wilden de zwakheden aanpakken van de Global Impact en vrijwillige initiatieven in concreet. Het achterliggende opzet van deze ontwerpnormen was verre van gering: het plaveien van de weg naar een eerste internationaalrechtelijk instrument dat niet enkel Staten, maar ook de ondernemingen zélf tot het respect voor de meest fundamentele mensenrechten verbindt én toelaat deze hiervoor rechtstreeks aansprakelijk te stellen. In 2004 benadrukte de Commissie voor mensenrechten van de VN dat deze normen niet bindend waren. Ook stelden vertegenwoordigers van TNC’s dat ze akkoord waren voor een uitgebreider Global Compact, maar waren tegen de ‘hardere’ aspecten van dit ontwerp. In april 2005 werd het ontwerp aan de kant geschoven door een resolutie dat alle verwijzingen naar ‘de Normen’ schrapte. Om de tegenstelling tussen ‘zachte’ (niet bindende) en ‘harde’ (bindende) regels te verminderen stelt de Utting de notie “articulated regulations” voor. Hij wil tot een synergie komen tussen vrijwillige en wettelijke aanpak. Zo kan bijvoorbeeld internationaal soft law door zijn morele autoriteit de staten aanzetten om dit in nationaal afdwingbare wetten te gieten. De goede bedoelingen van de MVO-agenda niet te na gesproken, kan men zich de vraag stellen of we momenteel niet te maken hebben met een “MVO-hype”. Door het feit dat vele bedrijven benadrukken dat ze aan duurzaam ondernemen doen op vrijwillige basis, lijken vele sociale en milieuproblemen niet meer zo prangend te zijn. Maar het hebben van een ‘groene webstek’ of een certificaat van eerlijke handel op één van je producten is echter niet voldoende. Dat de MVO meer op een economisch wapen begint te lijken blijkt uit het schadelijk karakter voor bedrijven wanneer klachten publiek gemaakt worden. Enerzijds kan men deze invulling van de rol van de MVO toejuichen. Het draagt immers bij tot een groeiende maatschappelijke gewaarwording van de sociale –en milieuproblemen die voortvloeien uit de werking van de vrije markt. Indien men, anderzijds, de MVO enkel op zulke manier gebruikt dreigt men voorbij te gaan aan de structurele mankementen van de neoliberale globalisering. Zo heb je het democratisch deficiet bij de organisaties en instituten die de normen voor duurzaam ondernemen schrijven en die zorgen voor de controle van de bedrijven. Friedman, M., (september 1970). The Social Responsibility of Business is to Increase Profits. The New York Times Magazine. http://www.colorado.edu/studentgroups/libertarians/issues/friedman-soc-resp-business.html Zo heb je bijvoorbeeld het ‘business & human rights resource centre’. Dit is een online bibliotheek voor mensenrechtenschendingen door bedrijven. Ondernemingn zien zich verplicht om hun mensenrechtenbeleid en arbeidsomstandigheden aan te passen door de massale internationale aandacht voor de site. Zie http://www.business-humanrights.org/Home |
reacties op artikel |