Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
Laatste geplaatste commentaren:
favoriete links :
Home
blog:Globalisering en neoliberalisme ontmaskerd
De mythe van de globaliseringGeselecteerd artikel De mythe van de globalisering geschreven door René Boomkens is terug te vinden op http://www2.arts.kuleuven.be/cs/node/35. René Boomkens is hoogleraar sociale en cultuurfilosofie aan de faculteit der Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit van Groningen. In zijn werk concentreert hij zich op twee centrale vragen, namelijk de relatie tussen globalisering en (sociale, persoonlijke en lokale) identiteit enerzijds en de relatie tussen vrijheid en intimiteit anderzijds. Deze twee onderwerpen spelen een belangrijke rol in actuele debatten over liberalisme, communitarisme en republicanisme. In het artikel De mythe van de globalisering maakt hij een betoog over globalisering. Boomkens bekijkt globalisering, in tegenstelling tot vele andere auteurs, niet vanuit een wereld-politiek perspectief waarbij globalisering vooral in verband wordt gebracht met ‘the war on terrorism’, de confrontatie tussen de Islam en het Westen en Amerikaans imperialisme. Wel heeft hij het over alledaagse globalisering. Over hoe globalisering onze alledaagse leefwereld en leefwijze heeft beïnvloed. Boomkens stelt dat globalisering een radicale, haast revolutionaire verandering van onze leefwereld en leefwijze(n) betekent, en wel op mondiale schaal. Hij bekijkt in dit artikel de globalisering vanuit de alledaagse leefwereld en beschrijft hoe de revolutie van de globalisering zich nadrukkelijk en onherroepelijk afspeelt in de straat waarin we wonen, de stad of het dorp waarin we leven, de alledaagse sociale en culturele bezigheden waarin we vanzelfsprekend betrokken zijn, van gezinsleven tot werk, van uitgaansleven tot vakanties, van kunst en cultuur tot onderwijs en educatie. Hij vergelijkt het ‘revolutionaire karakter’ van globalisering met revoluties in het verleden (zoals de Franse en de Russische revolutie) en geeft aan dat globalisering zich onderscheidt van voorgaande revoluties in die zin dat het imperium van de globalisering wordt gekenmerkt door het ontbreken van een machtscentrum. Bij revoluties in het verleden, bijvoorbeeld de Franse Revolutie, was er sprake van een aanval, bestorming van ‘de’ macht, die zich bij één instantie en op één duidelijk identificeerbare plek bevond (in de paleizen van de koning of de tsaar). Bij globalisering daarentegen is er sprake van een radicale immanentie van de macht: de macht staat niet tegenover de samenleving, noch erboven, maar heeft zich in een wereldomspannend netwerk over en in de gehele maatschappij vertakt. Door de introductie en snelle verspreiding van een nieuw wereldomspannend netwerk van informatie- en communicatiemedia is er een gegeneraliseerde verafhankelijking ontstaan. Boomkens poneert dat deze toegenomen en toenemende afhankelijkheid, niet het resultaat is van de macht van één instelling of apparaat maar het gecombineerde eindresultaat van meerdere processen van verafhankelijking vanuit uiteenlopende relatieve centra of knooppunten. De auteur ziet de (liberale) markt historisch als de voornaamste motor of aanjager van de groei en verfijning van arbeidsverdeling en daarmee van de toename van verafhankelijkingsprocessen. Wat Boomkens treffend verwoordt is het feit dat de gegeneraliseerde verafhankelijking die samenhangt met het globaliseringsproces niet aanvoelt als een vorm van afhankelijkheid. De gegeneraliseerde afhankelijkheid alias de liberale markt, voelt aan als vrijheid, maar wel een dubbelzinnig soort vrijheid. Niet de vrijheid waar eeuwenlang door verschillende groepen (socialisten, liberalen, democraten) is voor gevochten: ‘vrijheid als recht’ maar wel vrijheid van de markt, die aanvoelt als iets dat ons overkomt, als ons lot, als iets waaraan niet te valt te ontkomen. Boomkens ziet hierin de paradox van de globalisering: vrijheid in afhankelijkheid of vrijheid als afhankelijkheid. Ik sluit mij aan bij de bedenking van Boomkens en ben er van overtuigd dat de markt ons het gevoel geeft dat we als vrije individuen handelen maar dat we in realiteit beknot zijn in de eigen autonomie door krachten van buitenaf. De auteur komt tot de rake vaststelling dat de liberale, democratische marktsamenleving paradoxaal genoeg is gebaseerd op vrijheid (in circulatie van goederen, mensen, informatie) maar dat diezelfde samenleving elk alternatief dat in die vrijheid tot ontwikkeling komt de kop indrukt door middel van repressieve tolerantie. Hiermee wordt verwezen naar het feit dat de liberale democratie het eigenaardige vermogen heeft om alle alternatieven voor zichzelf de verstikkingsdood te laten sterven. Door variaties op hetzelfde thema (liberale kapitalisme) toe te laten en door uitingen van verzet en rebellie tegen de status quo of de dominante macht tot op zekere hoogte te tolereren, slaagt de burgerij erin om de liberale samenleving in stand te houden zonder het verzet ertegen hardhandig de kop in te drukken. Volgens Boomkens kunnen deze variaties wel degelijk meer zijn dan een louter eindeloos herhalen van het oorspronkelijke thema met kleine verschillen. Globalisering vertegenwoordigt volgens de auteur een nieuwe politieke en culturele uitdaging. De uitdaging bestaat erin na te denken over de mogelijkheid van transformaties van de liberale marktsamenleving zonder dat aan die samenleving een radicaal einde wordt gemaakt. Hoewel dit een paradoxale opgave lijkt, is het volgens de auteur noodzakelijk om deze paradox te ontrafelen indien we ons niet simpelweg wensen neer te leggen bij de mondiale dominantie van het huidige liberalisme. Een groep die zich opwerpt als tegenstanders van het globalisme zijn de anders-globalisten. Een terechte kritiek/bedenking die de auteur formuleert in het kader van anders-globalistische bewegingen is het feit dat anders-globalisten het ‘kwaad’ identificeren. Dit resulteert in het aanwijzen van ‘schuldigen’ als het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank, Amerika en zijn ‘Mcdonaldisering’. Maar hierbij gaan ze voorbij aan de realisatie van het feit dat het kwaad in de geglobaliseerde wereld nu net niet te identificeren is en overal aanwezig is en laten ze op die manier na te werken aan alternatieve instituties op wereldschaal. Volgens Boomkens, en ik sluit mij hier bij aan, is in de zoektocht naar middelen van verzet tegen de globalisering, zonder de illusie van een breuk met globalisering, de betekenis en de rol van gemeenschappen in een geglobaliseerde cultuur van groot belang. Gemeenschappen spelen een cruciale rol in het alledaagse bestaan en hoewel noch de markt, noch de staat gemeenschapsscheppend zijn, komen gemeenschappen keer op keer weer tot stand. Aan deze gemeenschappen betekenis verlenen, de oorsprong ervan onderzoeken en bediscussiëren, is volgens Boomkens de belangrijkste en meest veeleisende taak die het anders-globalisme zichzelf mag aanrekenen.
... gemeenschappen, hoop ik van harte." |
The Sources of Neoliberal GlobalizationGekozen artikel: ‘The Sources of Neoliberal Globalization’ van Jan Aart Scholte. Het artikel is terug te vinden via volgende link: http://www.unrisd.org/unrisd/website/document.nsf/462fc27bd1fce00880256b4a0060d2af /9e1c54ceeb19a314c12570b4004d0881/$FILE/scholte.pdf (31 p.)Jan Aart Scholte is verbonden met het Centrum voor de studie van globalisatie en regionalisatie aan de Universiteit van Warwick, United Kingdom. Deze paper werd in opdracht van de United Nations Research Institute for Social Development (UNRISD) opgesteld en dateert van oktober 2005. Via dit rapport wenst Jan Aart Scholte duidelijk te maken van waar neoliberalisme komt en waar het voor staat. Hij waarschuwt ons voor de gevolgen van neoliberalistische globalisering en verzekert ons dat deze trend zich niet zal kunnen blijven verder zetten. Neoliberalisme is gebaseerd op het economische, het wordt bereikt door middel van privatisering, liberalisering en deregulering. Neoliberalisme is een beleidsbenadering voor globalisatie. Neoliberalisme focust zich op ‘laissez faire’ markteconomieën. De rol van de publieke sector in de economische sfeer is eerder ‘to enable’ dan ‘to do’. Multilaterale instellingen, nationale overheden en lokale autoriteiten bestaan om in een regelgevend kader te voorzien dat de efficiëntie van de globale markten maximaliseert vb. verzekeren van eigendomsrechten. Neoliberalisme is geen nieuw verschijnsel, het vindt zijn oorsprong bij economen als Von Hayek. In de jaren zestig en zeventig zijn een groep van ‘monetaristische’ economen, onder leiding van Milton Friedman en verbonden met de Universiteit van Chicago, zeer invloedrijk geworden. Het neoliberalisme heeft een enorme invloed gekregen tijdens de regeringen van Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Reagan in de Verenigde Staten. Internationale financiële instellingen zoals het IMF en de Wereldbank zijn ook voorstanders van het neoliberalisme. Dit uitte zich in het volgen van de zogenaamde Washington Consensus. De Washington Consensus is dereguleren (wetgeving die handel belemmert elimineren), liberaliseren (openstellen voor marktconcurrentie) en privatiseren (openbare bedrijven verkopen aan de private sector). Sinds de laatste jaren probeert men om de Washington Consensus achter zich te laten en de armoedebestrijding centraal te plaatsen. Volgens velen is de Washington consensus wel nog van toepassing maar is ze aangevuld met een beleid voor armoedevermindering en met een beleid voor ‘goed bestuur’ (een rechtsstaat, bescherming van de eigendomsrechten, bescherming tegen geweld, eerlijkheid en transparantie bij de overheid en voorspelbaarheid van het gedrag van de overheid). Ook globalisering is geen nieuw verschijnsel. Volgens sommigen is dit proces reeds in de 15e en 16e eeuw begonnen, tijdens de expansiedrift van de Europese staten. Anderen plaatsen het begin van het globaliseringproces in de 19e eeuw, toen de Industriële Revolutie plaatsvond. Smith en Baylis definiëren globalisering als het proces van steeds grotere interdependentie tussen samenlevingen, waardoor gebeurtenissen in het ene deel van de wereld steeds meer effect krijgen op volken en samenlevingen aan de andere kant van de wereld.Volgens Fukuyama is globalisering een verwestering van de hele wereld, volgens Huntington zijn modernisering en verwestersing twee aparte processen, … De auteur is van mening dat het neoliberalisme terug in belang zal verminderen. Hij argumenteer dat niets in de geschiedenis voor altijd vast blijft. De vraag is enkel wanneer, hoe en wat de alternatieven zijn? Tot nu toe zijn andere visies met betrekking tot globalisatie nog sterk onderontwikkeld. Neoliberale globalisatie is momenteel de enige weg: er zijn (zogezegd) geen betere alternatieven. De belangrijkste lessen van het neoliberale experiment is dat globalisatie niet benaderd moet worden met een ‘one-size-fits-all’ beleid!
Aanvullingen en bemerkingen Het koor van Milton Friedman geeft exact de neoliberale ideologie weer:‘Corporations have no social duties’, ‘Let the free market make the rules’, ‘Competition will make all the rules’, ‘Choose to privatize (or lose) ’. Multinationals omarmen deze visie natuurlijk met veel plezier, … Milton Friedman en zijn achterban hebben de voorbije jaren zeker hun gedacht gekregen: we worden namelijk overstelpt door begrippen zoals globalisering, vrijhandel, neoliberalisme, GATT, GATS, … Multinationals zijn natuurlijk voorstanders van globalisatie op een neoliberale wijze: de groep potentiële consumenten wordt groter, het productieproces kan plaatsvinden waar het voordeligst is om te produceren (afhankelijk van wetgeving, loonkosten, …), enz. De tegenstanders vinden dat globalisering op een neoliberale manier de ongelijkheid vergroot omdat enkel de rijken er voordeel kunnen uit halen. Een citaat van David Desser, Jan Dumolyn en Peter Tom Jones (3 tegenstanders van de neoliberale globalisatie) schetsen ludiek de kritiek die wordt geuit op de neoliberale politiek. “Adam Smith speelt de rol van God de Vader, Friedrich von Hayek is zijn Zoon en Milton Friedman blijft als Heilige Geest nog steeds alomtegenwoordig.Een leger van neoliberale schriftgeleerden die het Goddelijke plan van de Heilige Globalisering ten gronde begrijpen, dienen deze profane Kerk. Zij offeren hele landen en volkeren op het altaar van de winstzucht” Natuurlijk komt globalisatie op een neoliberale wijze ten goede van multinationals. Maar wat zou de kost zijn indien we de volledige internationale handel zouden stopzetten of reduceren? De geschiedenis en de ervaring van vele landen leren ons hoe nefast protectionisme is. Landen zoals Albanië, Noord – Korea sloten zich af van de buitenwereld met dramatische gevolgen voor armoede en democratie als gevolg. Er mag aan de andere kant ook geen naïef geloof zijn in de vrije markteconomie. De markten kunnen niet zondermeer geopend worden voor wereldhandel. Internationalisering en liberalisering vereisen een verstandig overheidsbeleid. Succesvolle Aziatische economieën van de jaren ’60, ’70 en ’80 (Japan, Zuid – Korea, Taiwan, …) hebben hun integratie in de wereldeconomie gecombineerd met de voorziening van minimale voorwaarden. VB. landbouw beschermen om te voorkomen dat de lokale bevolking van de ene op de andere dag haar hoofdinkomen zou verliezen. Ideaal is dus de gulden middenweg!
|
De impact van privatisering van nutsvoorzieningenHier een eerste commentaar.... Volgende artikel werd gekozen: Bayliss, K. 2002. Privatisation and Poverty: the Distributional Impact of Utility Privatisation, Working Paper No 16, CRC, University of Manchester, Manchester.Zoals jullie allen kunnen zien op youtube, bezingt de “Milton Friedman Choir” de voordelen van de vrije markt. In feite kan het liedje ook beschouwd worden als één grote ode aan de neoliberale idee die stelt dat privatisering tot in zo goed als alle structuren van ons dagelijks leven (…choose to privatize I say from kindergarten to senior high school…) moet worden doorgevoerd. Binnen de huidige globaliseringstendens is het zo dat overheidsbedrijven in de derde wereld vaak worden opgekocht door buitenlandse privébedrijven. Volgens de Wereld Bank brengen dergelijke herstructureringen een dynamiek op gang die de welvaart (zowel in de ontwikkelde als in de onderontwikkelde wereld) uiteindelijk doet toenemen. De Bank beschouwt privatisering zelf als één van de effectiefste middelen om ontwikkeling te brengen daar waar het de vorige decennia toch maar niet leek te lukken. Privatisering is dan ook veelal één van de voorwaarden om fondsen bij de Wereld Bank te verkrijgen of om eventuele schulden bij de Bank te kunnen kwijtschelden. Het leek me bijgevolg interessant en zinvol om eens na te gaan of de levenskwaliteit van de mensen, die door privatisering en de processen van herstructurering worden beïnvloed, inderdaad wordt bevorderd. Het artikel dat ik heb gekozen focust zich specifiek op de impact van de privatisering van openbare nutsvoorzieningen (zoals drinkwater en energie) op de allerarmste mensen die deze planeet bevolken. Met tal van voorbeelden, vooral uit Latijns-Amerika en Afrika, tracht Bayliss enkele dingen op een rijtje te zetten. Doorheen het gehele artikel wordt uiteindelijk duidelijk dat privatisering de armen in het algemeen heel sterk benadeelt. Het overbrengen van overheidsbedrijven naar de private sfeer blijkt in de eerste plaats vaak samen te gaan met een verlies aan werk en stijgende prijzen voor de dienstverleningen. Privatisering gaat vaak gepaard met hogere prijzen onder andere omdat hogere tarieven worden gevraagd voor aansluiting op het netwerk, omdat het geprivatiseerde bedrijf haar door de overheid gegarandeerde winstmarge niet bereikt en dit uiteindelijk doorrekent aan de consument en omdat de overheid een hogere prijs kenbaar maakte om investeerders aan te trekken reeds voor herstructureringen plaatsvonden. Werkverlies (volgens de ILO tot zo’n 50%) is vaak een gevolg van privatisering omdat een privébedrijf veel meer dan een overheidsbedrijf efficiëntie hoog in het vaandel draagt en het beoogde werk nog sneller wil doen met nog minder werkkrachten. Een derde grote gevolg van privatisering is de uitsluiting van en verminderde toegang tot basisvoorzieningen voor de allerarmsten. Het feit dat privébedrijven geneigd lijken te zijn heel selectief om te springen met netwerkaansluitingen blijkt daar bijvoorbeeld toe bij te dragen. Men verkiest vaak om rijkere burgers aan te sluiten en niet – of wanbetalers uit het netwerk te weren. Een zwak overheidsorgaan in minder ontwikkelde regio’s is voor Bayliss een vierde belangrijke oorzaak voor het feit dat privatisering juist in die streken vaak gepaard gaat met grotere armoede. Minder goede regulering leidt immers vaak tot het feit dat misbruiken binnen de markt slecht of niet worden gecontroleerd (laat staan bestraft). Door de vele voorbeelden en verwijzingen maakt Bayliss zijn visie op overtuigende wijze duidelijk. Toch laat hij plaats voor enige relativering en dat is volgens mij de sterkte van zijn werk. Zo stelt hij dat er allicht ook vele voorbeelden zijn te geven waar privatisering juist tot een vermindering van de armoede heeft geleid. Men moet Bayliss’ artikel dan ook niet in de eerste plaats begrijpen als een regelrechte aanklacht tegen de privatiseringstendens maar eerder als een poging om de lezer bewust te maken van het feit dat er toch wel enkele vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de neoliberale idee als dat privatisering dé oplossing zou zijn voor de problemen en de armoede op deze wereld. De lezer geraakt ten minste overtuigd van het punt dat Bayliss wil maken: de private sector is niet altijd superieur!! |
Inleidende vragenDe bevrijding van het Europees vasteland door de geällieerden gaf de Amerikaanse culturele en economische hegemonie de kans om een nieuwe aan te snijden. Onder impuls van het Marshallplan stegen buitenlandse invsteringen tot ongekende hoogtes. De voortzetting van wat gewoon met kauwgom, coca-cola en jeans begon domineert stilaan de lokale cultuur zodat kinderen de begingeneriek van de Simpsons beter kennen dan hun nationaal volkslied. Niet alleen het verlies van eigenheid in een globale cultuur (en daarmee de bepaling van de voorkeur van de consument) maar tevens het verlies van inspraak in de plaatselijke economie ten voordele van ongebonden beleggers kan regionale ontwikkeling zwaar hypothekeren. De ontwikkeling van het landelijke Vlaanderen door de grote overzeese financiële injectie wordt internationaal als één van dé economische mirakels gezien van het naoorloogse tijdperk. Maar is deze ontwikkeling niet meer te danken aan zijn ligging dan aan de buitenlandse investeringen? Ook Japan wist tijdens de Meji-restauratie (later gevolgd door andere Asian Tigers) in slechts één generatie zijn feodale maatschappij om te vormen tot een hoogmoderne doordat buitenlands kapitaal groeipolen kon creëren. Kunnen deze investeringen werkelijk de economische hefboom vormen die het vaste kapitaal doet rollen of zijn dit alleenstaande succesverhalen die het globale plaatje van een gestegen economische ongelijkheid moeten verdoezelen? Moet in het benaderen van het globaliseringsvraagstuk niet meer de nadruk gelegd worden op het deel van de winst dat wegrolt naar de "captains of industry"? |
